
Akelei
Mijn postzegeltuintje is van 1992/1993. Een dikke plakkaat vette klei met een twee rijen tegels breed paadje naar de houten schuur aan het einde van de tuin en een klein tegelplaatsje tegen het huis aan. Het formaat van de tuin is 5 meter breed en 12 meter diep, een echte pijpela.
Zo werd de tuin toen opgeleverd, met piketpaaltjes en een ijzerdraadje om aan te geven waar de tuin van de buren begint. 1 grote kleiprut zo ver je kon kijken over de tuintjes.
In januari leek die donkere klei ook alleen maar het licht weg te halen, grauw en grijs was het uitzicht. En dus weinig inspirerend. Terwijl ik toch al niet wist wat ik met die prut aan moest.
Ooit had ik een schooltuintje, waar lekker veel wormen in de grond zaten, dus daar stak ik nog geen vinger in de grond. En verder ben ik parttime met een tuin opgegroeid waar ik ook de verantwoordelijkheid niet voor had en alleen maar naar hoefde te kijken. Het groeide en bloeide vanzelf. De bloemen en de planten waren wel interessant. Maar die prut en die beestjes…
Maar van de een kreeg ik een kronkelwilg en wat struikjes en van de ander wat bolletjes en wat stekken van vaste planten. En toen begon het toch al iets te worden. Een paar handen eenjarig zaad uitgestrooid zorgde eigenlijk het eerste jaar voor een uitbundig klaprozenfeest.
En daar zit je dan, lekker buiten, tevreden met je eerste bloemen en een hoofd vol plannen na ladingen tijdschriften en boeken. Overleg met de buren over de afscheidingen en de ideeën die een ieder had over zijn of haar tuin en zo ontstond het tuinvirus bij mij.